Voor mijn werk rij ik de laatste maanden meermalen per week naar de Oostvaardersplassen. Onderweg zie ik dan nogal eens reeën staan. Deze twee hierboven zie ik het vaakst, altijd in of rond hetzelfde stukje bos van amper vijftig bij honderd meter groot. Ze hebben dan ook niet veel nodig om van te leven, in tegenstelling tot de ruim drieduizend edelherten die in de Oostvaardersplassen rond lopen. Met hun grote pens kunnen zij makkelijk grote hoeveelheden gras en boombast eten. De veel kleinere pens van een ree kan echter maar weinig hebben en dus zoekt zij selectief naar de plantendelen met veel energie, zoals knoppen en jonge blaadjes. Daardoor is het ree nagenoeg uitgestorven binnen de rasters van de Oostvaardersplassen, want ze kan de concurrentie met de groter grazers daar niet aan. Buiten de rasters is ze echter zelf de graasbaas.
Het publiek is doorgaans sneller geïmponeerd door het grotere edelhert, maar ik vind het ree persoonlijk mooier. Misschien wel het mooiste hertje ter wereld zelfs. Vroeger was het ree een soort van zeldzaam in Nederland, maar tegenwoordig lopen er behoorlijk veel rond, en ook op veel meer plekken. Wat een rijkdom. Rond de Oostvaardersplassen is één van de betere plekken om het grootste, echt in het wild levende hoefdier van ons land te zien.
- .
- .
