Groene Jeroen 3: Zwarte modderkruiper

Geplaatst op door Jeroen Verhoeff

Zeer zelden waargenomen in de Zuidbuurt; de zwarte modderkruiper.

Een jaar of vijftien geleden fietste ik op de Zuidbuurt toen het water er goed uit zag. Toevallig had ik mijn duikbril bij me en dus baande ik me voorzichtig een weg tussen de brandnetels door en schoof ik via de steile wegberm de sloot in. Meteen merkte ik dat er meer modder dan water in de sloot zat. Maar als ik goed horizontaal tegen de oppervlakte bleef zwemmen verdwenen alleen mijn voeten soms in de zachte, koude, zwarte blubber.

De sloot lag vol met grote bossen sterrenkroos en doornblad. Nadat ik me daar met flinke moeite doorheen had geworsteld kwam ik steeds in prachtige open stukjes water terecht, waar ik doodstil bleef liggen. Als snel verschenen er tientallen ruisvoorns in allerlei maten in het prachtige zonlicht. Met vinnetjes zo rood dat het bijna pijn aan je ogen deed. Ze contrasteerden prachtig met de kleine, zilveren brasempjes die er vlak onder zwommen. Door de beperkte ruimte flaneerden ze zo tot op twintig centimeter afstand langs mijn duikbril. Het was allemachtig prachtig.

Plots werd ik uit het paradijs terug naar de realiteit geroepen: “Meneer; wat doet u daar?” Ik tilde mijn hoofd boven water en zag hoog boven me twee jongetjes verbaasd naar me staan kijken. “Ik zoek kievitseieren!”, antwoordde ik. Ze keken me aan alsof ze het eigenlijk wel een te verwachten antwoord vonden van zo’n meneer die daar zo vrijwillig in een sloot lag te liggen. Maar toen zag ik een voorzichtige glimlach verschijnen: “Echt niet!”, zei de slimste. “Nee ik kijk naar vis!”, legde ik uit. Maar dat leken ze een net zo vreemd antwoord te vinden, want zwijgend verdwenen ze langzaam achter de oeverbegroeiing. Toen ik even later de kant op was geklommen en druipend op het asfalt stond, bleek dat ik toch grotendeels zwart van de modder zag en niet al te fris meer rook. Zo wandelende ik naar de Krabbeplas om me schoon te kunnen spoelen. Mijn verschijning leek twee voorbij rijdende dames op de fiets gelukkig niet op te vallen, want ze bleven strak voor zich uit kijken toen ze langs me reden.