Costa Rica 2007

Geplaatst op door Jeroen Verhoeff
  • .
  • In 2007 ben ik door een aantal reizigers speciaal verzocht om hen als reisgids te vergezellen. Het ging om een reis van drie en een halve week door Costa Rica. We hebben  verschillende gebieden door heel het land bezocht en uiteindelijk onder andere 276 soorten vogels, 20 zoogdieren (zonder vleermuizen) en minstens 23 reptielen en 10 amfibieënsoorten gezien. Alle fotos zijn gemaakt met mijn olympus SP350 kleinbeeld camera. Soms vanuit een onderwaterhuis en soms vanuit de hand genomen door mijn verrekijker of door de telescoop van een gids.

  • .
  • .

RARA AVIS

We begonnen de reis in Rara Avis, een moeilijk bereikbaar en wat hoger gelegen regenwoud in het midden van het land. Na een drie uur lange tractortocht door de jungle kom je aan bij een eenvoudige, maar uiterst comfortabele lodge. Wat een paradijs!

  • .
  • .
  • .
  • .
  • Zoals de jungle in Rara avis is, is…
  • .
  • .
  • .
  • Brilliant forest frog
  • .
  • .
  • Deze prachtige helmleguaan bleef onbeweeglijk op ooghoogte op een dun takje zitten.
  • .
  • .
  • Deze Masked tree frog zat elke ochtend op precies dezelfde plek te tukken.
  • .
  • .
  • .
  • .
  • Een knoeperd van een gele bidsprinkhaan komt op bezoek in de lodge.
  • .
  • Wat is het regenwoud toch geweldig! Overal zitten bergen beesten. Maar die hebben met al dat groen ook weer ontelbare schuilmogelijkheden, dus je moet ze wel kunnen vinden. Ik zie koningsgieren, vogelspinnen, lachvalken, trekmieren, guans, aardbeikikkertjes, trogons, neusberen, papegaaien, anolissen, orependolas en pecaries. Ik vang bijna een prachtig getekende melkslang, zie vlak voor mijn neus een helmleguaan op zijn schutkleur vertrouwen en vind enorme, bizarre sprinkhanen, wandelende takken, bidsprinkhanen en vlinders langs het pad.

.

  • .
  • Deze kogelmier valt aan! Onzin natuurlijk; ik ging alleen maar irritant op zijn pad liggen. Hij rende zo razendsnel over de grond dat ik hem onmogelijk scherp op de foto kreeg. Daarbij moet je oppassen, want ze heten niet voor niets kogelmier: hun beet schijnt te voelen alsof je door een kogel geraakt wordt
  • .
  • .
  • .
  • Ze passen op je duimnagel, zitten amper stil en zijn legendarisch giftig: aardbeikikkertjes.
  • .
  • .
  • .
  • ‘s Nachts komen de raarste insecten tevoorschijn. Zoals deze groene bladsprinkhaan.
  • .
  • .
  • .
  • .
  • Een grijze opossum schuilt onder de keuken.
  • .
  • .
  • .
  • Net als deze grootoorvleermuis
  • .
  • .
  • Overal in de tropen vind je reuzenwielwebspinnen, dus ook hier. Bij het wandelen over de donkere junglepaden moet je oppassen dat je niet per ongeluk in hun metersgrote webben loopt!
  • .
  • .
  • .

Maar in het paradijs moet natuurlijk wel gesnorkeld kunnen worden. De lokale gidsen vinden me maar raar: wat verwacht ik nou in hun beek te zien? Vissen leven hier toch niet,  want die spoelen weg na harde regen. Nou, ik ga het toch lekker even proberen.

De beek bestaat voornamelijk uit enorme, gladde rotsblokken waartussen een klein stroompje helder water sijpelt. Ik klauter naar één van de wat wat grotere poeltjes. In alle hooggelegen holtes in de rotsblokken zie ik kikkervisjes zwemmen. Dat is slim van de mama kikkers, want als het water stijgt spoelt hun kroost niet zo snel weg. Onder water is het een kale boel: enkel rotsen bedekt met een laagje slib. Maar onder water is het vaak ook mooi zonder beestenspul.

  • .
  • .
  • Blad op bodem van een junglebeek.
  • .
  • .
  • .
  • Algen in junglestroom
  • .
  • .
  • Onder of binnenkant van een watervalletje.
  • .
  • Door de rimpelingen van het water tovert het zonlicht de mooiste figuren op de rotsen. Ik blijf maar plaatjes schieten van de binnenkant van watervalletjes en van zonnestralen op mossen en algen. En steeds meer beesten laten zich zien. Onder de rotsen schuilen mooie zacht-paarse zoetwaterkrabben. Langs de oevers zie ik levendbarende tandkarpertjes zwemmen. Zie je nou wel, overal zit vis. Als ik over de bodem kruip schieten er prachtige, groene waterwantsen uit de modder. Ze zijn zo groot en rond als twintig eurocent muntjes en zien er uit als kleine ruimtewezens. Het zijn lieverdjes vergeleken met de negen centimeter lange hellgrammites die hier ook door het slik woelen. Huu, wat een monsters zijn dat! Hun voorkant ziet er uit als een keverlarve met enorme kaken en hun achterkant is een soort vette, zachte zeeduizendpoot met lange poten. Ze hebben grote kaken die pijnlijk kunnen bijten. Het zijn de larven van de, nog grotere, haft-achtige dobson vliegen, ook al zulke monsters. Ik poedel langzaam verder, nu nog beter oplettend waar ik mijn voeten neerzet.
  • .
  • .
  • .
  • Zoetwaterkrab
  • .
  • .
  • .
  • Waterwants
  • .
  • .
  • Rond de lodge hangen voederbakjes met suikerwater om kolibries te lokken. Zonder dure camera en dito enorme lens was dat voor mij heel moeilijk kieken. Deze violet crowned woodnymph bleef gelukkig even stil zitten en die kreeg ik er zonder flits redelijk op.
  • .
  • .
  • ’s Nachts worden de kolibries afgelost door orange nectar bats. Telkens komen deze een fractie van een seconde lang wat zoetigheid op likken.
  • .
  • .
  • Common paurague, een nachtzwaluwsoort.
  • .
  • .
  • .
  • .
  • Tussen twee palmbladeren ligt iets wat er nog het meest uitziet als een oude schoenveter. Als ik het optil komt er aan het eind van het superdunne lichaam een bol kopje tevoorschijn dat voornamelijk uit twee enorme ogen bestaat. Het is een bruine stompkopslang, een lelijke naam voor een geweldig beest.
  • .
  • .
  • .
  • Extreem gecamoufleerde sabelsprinkhaan.
  • .
  • .
  • TORTUGUERO
  • .
  • Tortuguero is een nationaal park dat aan de Caraïbische kant van Costa Rica ligt. het bestaat uit kletsnat laaglandregenwoud dat door lagunes en begroeide zandbanken gescheiden wordt van zee.
  • .
  • .
  • .
  • .

Nog niet eens in het park ligt er al een grote Amerikaanse krokodil op de oever, wat een mooi beest. Wel jammer dat de bootbestuurders vaak te dicht bij komen en ze zo verstoren.

  • .
  • .
  • .
  • .
  • Grote zwarte aardschildpadden zonnen op een stronk boven het modderige water.
  • .
  • .
  • .
  • Een roepende tijgerroerdomp.
  • .
  • .
  • Een rups zo groot als mijn handpalm.
  • .

  • .
  • Misschien wel de gaafste beesten van deze reis: groene helmbasilisken.
  • .
  • .
  • .
  • Wauw, een Zuidamerikaanse otter!
  • ..
  • Landkrab
  • .

Het strand hier ligt bezaaid met leeggegeten schildpadeieren. Er is maar een klein stukje waar je leuk in het bos kan wandelen. Daar kwam ik wel mooi meteen een tayra tegen (groot soort marter). Ook brulapen en allerlei vogels. Nog makkelijker zie je vogels rond de lodge zelf, vanwege de openheid en beplanting. Ik was net te laat voor een flinke boa constrictor die over het terras kroop. Toen ik hem vond tussen de planten was hij al bezig een hol in te kruipen.

  • ..
  • Lepelbekreiger
  • .
  • .
  • .
  • Ik had nog nooit een sabelsprinkhaan gezien met zo’n lange legboor.
  • .
  • .

CANO NEGRO

  • .
  • .

Cano negro is een groot watergebied vlakbij Lake Nicaragua. Ongelofelijk veel watervogels soppen hier rond in overstroomde vloedvlaktes. Onder andere roze lepelaars, bosooievaars, allerlei reigers, kuifcaracaras, slakkenwouwen, fluiteenden en veel overwinterende Amerikaanse vogels. Beesten kijken doe je voornamelijk per boot.

  • .
  • .
  • .
  • .
  • Brilkaaimannen zie je vaak en van dichtbij.
  • .
  • .
  • .
  • .
  • .
  • In een weilandpoel kwaken allerlei kikkertjes ‘s nachts oorverdovend hard dwars door elkaar heen. Toch zijn ze dan nog steeds moeilijk te vinden. Deze was amper twee centimeter lang.
  • .
  • .
  • .
  • Een potoo doet ontzettend goed een dode afgebroken boom na. Als je even opzij keek vond je hem daarna bijna niet meer terug, zo goed was hij gecamoufleerd. (Foto door telescoop genomen).
  • .
  • .
  • .
  • De bomen zijn soms vol gegroeid met bromelia’s. Als ik een afgevallen bromelia-klont omdraai (jaarlijks vallen er zo doden, die klonten wegen soms meer dan honderd kilo!) vind ik een red coffee snake.
  • .
  • .
  • .
  • De kleinste hagedisjes ter wereld zijn dwerggekko’s. Deze spotted dwarf gecko (Sphaerodactylus millepunctatus) zat in de eetzaal plotseling op iemands arm. Amper drie lucifers dik heeft hij moeite om daar mijn armhaar heen te tijgeren!
  • .
  • Tijdens een wandeling viel er plotseling een slang uit een boom die bijna op mijn hoofd terecht kwam. Ik stapte verbaasd achteruit en zag een anderhalf meter lange felgroene slang voor me op het prikkeldraad hangen. Het bleek een papegaaislang te zijn, een prachtige en actieve jager die vaak overdag naar slapende boomkikkers zoekt.
  • .
  • Papegaaislang in gevecht met een melkkikker.
  • .
  • Zo ook deze: hij of zij had net een flinke melkkikker in de boomkruin gegrepen en was niet van plan deze los te laten. Voor onze voeten ontspon zich een episch gevecht op leven en dood. De melkkikker vocht voor wat ze waard was om haar linkervoorpoot uit de bek van de slang te krijgen en de slang probeerde juist meer van de kikker naar binnen te krijgen. Tegelijkertijd scheidde de kikker flinke hoeveelheden melkachtig wit slijm uit haar rug af. Dit slijm is behoorlijk giftig en hier dankt ze dan ook haar naam aan. Opvallend en prachtig om te zien was dat de kikker duidelijk met haar achterpoten zoveel mogelijk van haar gif naar de kop van de slang smeerde. Dit gif droogde verrassend snel op en vormde kauwgum-achtige draden om de kop van de slang heen. In tegenstelling tot het gif dat op haar rug lag en continu vloeibaar bleef. Ik meende zelfs te zien dat de opdrogende slijmdraden krimpten tijdens het drogen. Binnen enkele minuten leek het wel of de kop van de slang stevig omwikkeld was met plastic plakband en de slang leek daardoor ook steeds minder te kunnen zien. Plotseling kwam de kikker los en ze hupte haar vrijheid tegemoet. De slang, nog steeds hangend aan het ijzerdraad, bleef apathisch achter, zijn publiek van drie driftig fotograferende natuur-toeristen volkomen negerend. Toen begon hij zijn kop tegen de boom te schuren en maakte hij allerlei heftige bewegingen met zijn kaken om het taaie slijm te verwijderen. Dit duurde een minuut of twee, waarna hij langzaam tegen de boom op kroop en uit zicht verdween. Deze waarneming bleek dermate bijzonder dat de Herpetological Review, een hoogstaande wetenschappelijke periodieke uitgave op het gebied van reptielen en amfibieën er een, door mij geschreven, artikel aan wijdde.
  • .

OBSERVATIONS ON A GREENPARROTSNAKE TRYING TO EAT A MILKY FROG July 20th 2009

The 9th of December 2007 I was guiding a group of birdwatchers in the Cano Negro area in Costa Rica. Rich river floodlands abound with waterbirds make this a nice area for bird and wildlife trips. Near the river, in a agricultural area bordering a small forest, we were standing on a road , next to a couple of large, free standing trees, when we heard a rustling noise above our heads. A few seconds later, a about 1,5 meter long parrotsnake fell from a tree, almost on top of my head! It landed on a piece of barbed wire that was nailed to the tree. Hanging there on the wire, we saw the reason why the snake fell out of the tree in the first place: it had a big milky frog in its mouth. The quite big frog was held by its left front leg and was struggling very hard to get loose. An epic fight unrolled before our eyes, with the frog emitting lots of white mucus from its upper side. This mucus, indeed looking like milk, sweat from the frogs skin. While he tried to control his position with his right arm, the frog frantically moved his legs, over his back, to the head of the snake. With each movement he actually smeared the mucus from his back towards the snake’s head. These movements seemed to alter the state of the mucus, because the slime hardened and stiffened, forming tough threads like chewing gum, while the untouched mucus on the head of the frog staid fluid all the time. In about two minutes, the head of the snake received more and more of the rubbery stuff. The mucus even seemed to shrink while drying, making it harder for the snake to manipulate and see its prey. At some point it even looked if the head of the snake was bounded tight together with plastic rope. Suddenly the frog got free and it hopped quickly to safety. The snake staid behind, still hanging from the barbed wire, panting, looking dozy and ignoring our presence. After a minute it tried to get rid of the hardened slime. This had accumulated mainly on his nose, around its head and in its mouth and was very sticky and tough. The snake had to rub his head against the tree and move its jaws horizontally and vertically again and again to remove it. After about two minutes the snake got rid of most of it, except for the big chunk in its mouth. Then it became aware of our presence and calmly moved up the tree. When it got to three meters high, its mouth seemed empty again.

In my opinion, it looked if the milky frog was very deliberately shoving its mucus towards the snake’s head. Its feet actually collected as much mucus as possible when moving them towards the snake. It certainly was not by chance that the mucus got picked up by its feet. As the secretion is said to be quite poisonous it might have been pretty tough on the snake. But maybe more important and strange was that the mucus seemed to almost change in a kind of rope. It looked if someone actually tied rope around the snakes head to prevent it from opening its mouth! I do not know if there are many poisonous amphibians that actively use their poison, but this seems to be the case in this milky frog.

I have no books on Costa Rican reptiles and amphibians, but I am pretty sure it was a Green parrot snake (Leptophis ahaetulla) munching on a Milky tree frog (Phrynohyas venulosa), although it seems also to be known as Veined tree frog or Marbled tree frog…

  • .
  • .
  • MONTE VERDE
  • .
  • .
  • Monteverde National park bestaat uit prachtige nevelwouden. Je kan er uren wandelen op bijna uitgestorven paden onder enorme bomen die doorhangen van allerlei klimplanten, mossen en varens. De meeste bezoekers komen voor de quetzal, een must voor iedere vogelaar. Het aantal reptielen en amfibieën-soorten neemt hier alarmerend snel af; ik zag er dan ook geen één….
  • .
  • .
  • Deze neusbeer hing rond bij de parkeerplaats.
  • .
  • .
  • .
  • Het was behoorlijk nevelig in het nevelwoud.
  • .
  • .
  • Een grote miljoenpoot (polydesmid millipede).
  • .
    • .
    • Ik zag zelf meer beesten rond onze, een stuk lager gelegen, lodge: vogelspinnen, een rood spieshert, een gestreepte tropenbosuil en deze prachtige veelkleurige eekhoorn
    • .
  • .
  • Ik kon deze  Costa Ricaanse roodpootvogelspin een beetje uit zijn hol lokken door met een grassprietje een insect in nood te imiteren. Wat een gaaf beest!
  • .
  • .
  • Tijdens een nachtelijke regenbui vang ik een grote blue eyed anole in mijn lamplicht.
  • .
  • .
  • CARACARA
  • .
  • .
  • Onderweg zijn we gestopt bij een klein reservaat en bij de Tarcoles brug, waar grote krokodillen liggen te wachten tot ze gevoerd worden om de toeristen te vermaken.
  • .
  • .
  • .
  • .
  • Zwarte leguanen eten dus ook poep….
  • .
  • .
  • Amerikaanse krokodil
  • .
  • .
  • .

Hoogtepunten van de reis zijn steeds weer de fantastische basilisken. Het zijn leguaanachtige, slanke hagedissen met dinosaurusachtige kammen op kop, rug en staart. Drie soorten hebben ze hier: de gestreepte basilisk, de groene helmbasilisk en hierboven de gewone helmbasilisk. Vooral de schuwe groene is ongelofelijk mooi. Roerloos zitten ze in het struikgewas, meestal aan het water, te wachten op bewegende prooi. Bij gevaar gaan ze er op hun achterpoten vandoor, zo snel dat ze over water kunnen lopen. Echt geweldig, ik heb het ze meermalen zien doen deze reis, vooral kleintjes.

  • .
  • .
  • Deze Noordelijke tamandoea zat driftig in een dode tak te klauwen en trok zich weinig van ons aan.
  • .
  • .
  • MANUEL ANTONIO
  • .
  • .
  • .
  • .
  • Voordat we naar het Manuel Antonio park zelf gaan, maken we eerst een boottocht door de mangroven even verderop. Diat leverde ook leuke beesten op: onder andere drie dwergmiereneters.
  • .
  • .
  • .
  • De witschouderkapucijnapen zijn hier duidelijk gewend gevoerd te worden.
  • .
  • .
  • Rosenberg’s boomkikker
  • .
  • .
  • .
  • Deze boa die een dutje doet boven het zoute water werd door de gids gedetermineerd als een regenboogboa, maar later zag ik dat dit eigenlijk een ringed tree boa was (Corallus annulatus), de zeldzaamste van drie soorten hondskopboa’s. Voor deze soort is volgens mij nog geen Nederlandse naam voorhanden. Ik overtrad weer eens mijn eigen regel; ga er nooit van uit dat een gids altijd weet wat hij zegt…
  • .
  • .
  • .
  • Manuel Antonio is een klein park aan de Pacifische kust. Het is er behoorlijk toeristisch, maar er lopen toch ook veel zoogbeesten rond. In een wandelingetje van amper twee uur zien we oa twee agouti’s, vijf wasberen en vier luiaards! En, gewend aan starende mensen, zijn ze tot op een paar meter benaderbaar.
  • .
  • .
  • .
  • De zee is te ruig om goed te kunnen snorkelen, maar gelukkig vind ik een mooie poel op het strand. Uit het oerwoud stroomt zoet water dat blijft drijven op het zoute water dat over het strand aanspoelt. Heel bizar: in het prachtige gefilterde licht tussen de mangrovenwortels zwemmen verschillende soorten zoetwatervissen vlak boven zeevissen als snappers en snooks.
  • .
  • .
  • .
  • Het is moeilijk foto’s te maken met mijn eenvoudige fototoestel. Gelukkig blijft deze zwemkrab wel netjes stil zitten.
  • .
  • .
  • Langs het strand patrouilleren krabbenetende wasberen, waaronder deze moeder met jongen. Krabbenetende wasberen lijken veel op gewone wasberen en vervangen de gewone soort in Zuid Amerika. Hier eten ze zelfs uit je hand.
  • .
  • .
  • Wandelende tak
  • .
  • .
  • Een reuzenfluitkikker, inderdaad een gigantisch beest.
  • .
  • .
  • CORCOVADO
  • .
  • .
  • .

Corcovado national park ligt op een schiereiland aan de Pacifische kust tegen Panama en schijnt één van de rijkste ecosystemen op aarde te zijn. Om het park in te kunnen moesten we eerst een uur over zee scheuren. In het park kwamen we onder andere agouti’s, swainsons toekans, slingerapen, brulapen en doodshoofdaapjes tegen. De verhalen die ik hier over dit park hoor zijn wat tegenstrijdig: volgens de één doen de parkwachters niets en wordt er veel gestroopt, volgens de ander weer andersom. Het aantal jagoears is flink afgenomen, de aantallen pecaries zijn juist weer toegenomen, maar dit hoeft niet met elkaar te maken te hebben, de stroperij schijnt hierin belangrijker te zijn.

  • .
  • .
  • Agouti
  • .
  • .
  • Een doodshoofdaapje zoekt de uiteinden van de takken systematisch af naar insecten, die hij vervolgens met een snelle beweging grijpt.
  • .
  • .
  • .
  • Oerwoudstroom
  • .
  • .
  • Makikikker
  • .
  • ‘s Nachts beesten zoeken is vaak lucratiever dan overdag. Veel dieren komen alleen in het donker tevoorschijn en je kan ze dan vaak heel dicht benaderen.
  • .
  • .
  • .
  • Een fishing spider hangt op een rots boven water te wachten op prooi. Spinnen hebben normaal gesproken acht poten, dus deze zal wel een ongelukje gehad hebben.
  • .
  • .
  • .
  • Bladsprinkhaan
  • ..
  • Glaskikker
  • .
  • .
  • .
  • Jonge Amerikaanse krokodil, ‘s nachts in junglebeek.
  • .
  • .
  • .
  • Overdag regent het weer eens, dus ga ik maar snorkelen in een kleine oerwoudpoel. Onder water heb je tenminste geen last van regen! De kleine krokodil van afgelopen nacht heeft zich jammer genoeg verstopt in een hol in de oever.
  • .
  • .
  • Behalve kleine tandkarpertjes, zie ik allerlei toffe zoetwatergarnalen. Dunne, dikke, zelfs een grote knalblauwe met lange scharen!
  • .
  • .

Dan, net als er een stortbui losbarst, zie ik opeens deze hele grote sierschildpad in het ondiepe water liggen. Op de grote knauw in zijn achterste na lijkt hij in orde, maar waarom beweegt hij niet? Als ik hem een duwtje geef komen er grote bellen lucht uit zijn schild te voorschijn:  ze is hartstikke dood! Volgens mij is de jagoear het enige roofdier die zo’n schild kapot kan bijten, maar waarom heeft die hem dan niet opgegeten? Het zal wel altijd een mysterie blijven..

  • .
  • .
  • Het oerwoud loop bijna de zee in. Het bijna verlaten strand is paradijselijk mooi.
  • .
  • .
  • Bij het strand vind ik een grote zweepspin. Geweldige beesten vind ik dat. Ik vond ze al eerder in Azië en Afrika. Hun tweede paar poten is enorm lang en dun.
  • .
  • .
  • .
  • .
  • In het regenwoud vind ik, in een boom en op ooghoogte, een tweede zweepspin. Je ziet ze bijna nooit of slechts behoedzaam bewegen. Toen ik deze echter per ongeluk aanraakte was hij bliksemsnel uit het oog verdwenen.
  • .
  • .
  • .
  • Vlakbij zijn drie krabben eveneens boompje aan het klimmen.
  • .
  • .
  • .
  • Overal op en langs het strand zie je overal kleine steentjes van rotsen en boomstronken vallen. Het zijn klimmende, kleine landheremietkreeftjes die van je schrikken, hun schelpje invluchten en daardoor naar beneden tuimelen.
  • .
  • .
  • Zeester
  • .
  • .

In mijn zwembroek sta ik voor Frans. ‘Frans, zou jij alsjeblieft over mij heen willen plassen?’

Pacifisch snorkelen in Costa rica is nog best lastig. Er staat vaak een flinke deining op de rotsen te beuken. Daardoor is snorkelen hier niet alleen link, maar zit het water ook zo vol met luchtbelletjes dat je bijna niets meer ziet. Maar ik heb een beschut baaitje gevonden met redelijk zicht. Mooie plek hier trouwens: verlaten palmenstrandjes liggen tussen prachtig regenwoud aan de ene en een oceaan barstensvol leven aan de andere kant. Vanaf de kant en vanaf een bootje heb ik hier al fregatvogels, pelikanen, een bultrug, dolfijnen en springende tonijnen gezien. Nu kan ik dus eindelijk onder water. Heerlijk. Grote bontgekleurde langoesten steken hun sprieten onder de rotsen vandaan waaraan rare blauwe, slappe zeesterren hangen. Ik zie roervissen, koraalvlinders, sergeant majoors, papegaaivissen, wimpelvissen, kogelvissen, een rare trekkersvis, een egelvis en een schattig spitskopkogelvisje. En in open water drie prachtige blauwvinmakrelen. Kobaltblauwe vinnen rond een groengeel lichaam dat bezaaid is met helblauwe vlekjes. Ze zwemmen onbevreesd en uitdagend twee rondjes om me heen. Als ik verderop een knalgele parelhoenkogelvis probeer te fotograferen voel ik opeens iets licht branderigs tegen mijn linkerarm. Ik kijk opzij en zie een kleine ‘blue bottle’ met al zijn tentakels rond mijn arm gewikkeld. Blue bottles zijn de pacifische variant van het Portugees oorlogsschip. Oeps! Hoe zat het ook al weer met die beesten? Het zijn geen echte kwallen, maar staatkwallen: complexe kolonies van poliepen. Een met gas gevulde blaas houdt de tot vijftig meter lange tentakels op koers op zoek naar prooi in de open oceaan. Jaja, dat zal allemaal best, maar in de populaire boeken uit mijn jeugd werden ze altijd genoemd als één van de dodelijk giftigste beesten uit de zee! Toch voel ik amper iets. Maar ik zwem toch maar snel naar het strand terug.

Daar kijkt Frans me enigszins schaapachtig aan: ‘Over je arm plassen? Waarom?’ ‘Nou, omdat dat volgens mij helpt tegen kwallensteken en ik ben net door mogelijk één van de gevaarlijkste  kwalbeesten ter wereld ehh.. aangerand.’ ‘Oh, oké, goed dan.’ Hij kijkt een seconde schuin omhoog en meldt me dan: ‘Maar ik moet nu niet!’ Gelukkig moet je van snorkelen altijd veel en vaak plassen, dus sta ik even later aan de vloedlijn nogal vreemd kromgebogen zelf mijn bovenarm onder te plassen. Dan staat Frans met een flink gevulde duikbril achter me klaar. ‘Het is me toch gelukt!’ , zegt hij trots. Die gooien we er voor de zekerheid ook maar over. Tja, en nu? Ik voel nog steeds niks…

Heel thuisgekomen probeer ik meer te weten te komen. Soms zijn ze dodelijk, maar meestal doet het voornamelijk erg veel pijn. Waarom bij mij niet? Was het nog een jonkie? Ben ik een bikkel? Gaf hij bewust geen gif af? Had die golden-shower-beach-party eigenlijk wel zin? Ik weet het niet.

  • .
  • .
  • .
  • Langouste
  • .
  • .
  • .
  • SAN GERARDO DE DOTA
  • .
  • San gerardo de dota ligt vrij hoog in de bergen. Het heeft prachtige landschappen met vooral veel vogels.
  • .
  • .
  • De kolibries zijn zo driftig bezig met elkaar dat ze amper oog hebben voor hun omgeving. Ik kon deze rivoli kolibrie zo dicht benaderen dat ik zijn staart zelfs met mijn lippen kon beetpakken. Hij leek het niet eens te merken!
  • .
  • .
  • Waar de quetzal in Monte Verde maar moeilijk te vinden was,  zaten er hier meerdere op een presenteerblaadje bij elkaar. Het zijn prachtige , maar ook een beetje maffe beesten. Ze slikken een wilde avocado in, doen een tijdje niks en poepen dan een pit uit. Dat is zo’n beetje waar hun dag uit bestaat. Deze foto heb ik uit de hand door een telescoop gemaakt.
  • .
  • .
  • .
  • De kleinste kolibrie van Costa Rica: de fonkelende kolibrie.
  • .
  • .
  • .
  • Het is hier best koud, maar het zonnetje lokt nog wel een prachtig groen mannetje haagleguaan naar buiten.
  • .
  • .
  • Kortom: Costa Rica is best een leuk land om beesten te kijken!.
  • .
  • .
  • .