Groene Jeroen columns 2022

Geplaatst op door Jeroen Verhoeff

Bijna tien jaar geleden schreef ik wekelijks een column over de plaatselijke natuur in de krant ‘Groot Vlaardingen’. Nu doe ik dat weer, maar nu tweewekelijks. Hier de ‘Groene Jeroen’ columns van 2022 tot nu toe:

Groene Jeroen 15 (4-5-2022):

‘LIEF MUSJE EN DE ROTEKSTER’

 Mus die in zijn specifieke geval op zich wel deels een goed punt had.

BOEM! Wat knalde daar tegen het raam? Wat doet die ekster daar? Ik loop snel naar buiten, zie nog net een mus onder mijn tuinstoel vluchten, kniel neer, pak hem voorzichtig op en kijk de jonge mus in zijn onschuldige ogen. ‘Zo knul, had die ekster je bijna te pakken joh?’, vroeg ik, waarop de mus luid tsjilpte: ‘Die rot-ekster wilde me verdorie opeten! Het is een plaag!’ ‘Hoho’, onderbrak ik musmansje snel, ‘Zullen we de feiten eerst even op een rijtje zetten? Ik ging zitten in mijn tuinstoel, sloeg mijn ene been over de andere, stak een pijpje op en zette de nestvlieder op mijn knie. ‘Luister, mijn jonge vriend’, sprak ik hem vaderlijk toe, ‘Plagen bestaan helemaal niet in de natuur. Plaag is een woord dat we verzonnen hebben voor sommige dieren die ons overlast geven, dus dat is een relatieve term!’ Met een afwachtende blik keek ik het muskuiken aan. ‘Nou, eksters sucken gewoon!’, piepte hij bits terug, waarop hij snel veilig de grote bos klimop van de buren invloog.

Wij mensen leggen vaak graag de schuld bij diegenen die we niet goed begrijpen of diegenen waar we weinig mee hebben. Eksters behoren tot de intelligentste vogels van ons land en voelen zich tegenwoordig goed thuis in de stad. Hun voedsel bestaat voor meer dan negentig procent uit insecten, aas en wat plantaardigs, maar net als wij lusten ze ook graag een stukje vlees. Ze vallen nogal op met hun harde ‘kek-kek-kek’ geluid en hun prachtige verenkleed, zeker als ze zo soms eieren of jonge vogels uit onze tuinen pakken. Eksters zijn daardoor niet erg geliefd. Wetenschappelijk onderzoek wijst echter uit dat het aantal slachtoffers nogal klein is. Veel kleiner dan het aantal jonge stadsvogeltjes dat door onze geliefde huiskatten wordt gedood. Dat is een feit. Maar Minoes hoort bij ons en zij snaait kuikentjes veel onopvallender, en vaak als wij nog in ons eigen nest liggen, dus dat beleven we meestal niet. En beleving werkt gevoelsmatig meestal veel sterker dan wat er ergens feitelijk geschreven staat. Lees de krant daar maar eens verder op na.

____________________________________________

Groene Jeroen 14 (14-4-2022):

‘VLAARDINGSE MARTERS!’

Een prachtige, Vlaardingse boommarter!

Boommarters werden eeuwenlang bejaagd vanwege hun zachte bontjas en omdat hun ‘concurrentie’ door veel jagers niet werd gewaardeerd. Je zag ze vroeger dus maar zelden en alleen in uitgestrekte bosgebieden. Maar net als de havik is de boommarter de laatste jaren een stuk minder moeilijk gaan doen over waar hij vertoeft. In de duinen zie je hem steeds vaker en soms hobbelen ze dan vrolijk door het boomarme Westland onze kant op. Een lezeres stuurde me laatst een foto, die ze met haar automatische camera, een zogenaamde cameraval, had gekiekt, met de vraag of ‘dit een kat was’. Maar aan de pluimstaart zag ik meteen dat het een marter was. Nadat ik haar had geholpen met het opnieuw opstellen van de cameraval liet hij zich wederom meerdere keren kieken! Iemand anders toonde me laatst ook een foto van een boommarter. Een dode weliswaar, die onverklaarbaar, half uit een gat hing, hoog in een Broekpolderse boom.

Hun dieet lijkt behoorlijk op dat van de vos, maar marters passen met hun liefde voor fruit, hun vermogen tot klimmen, hun kleinere formaat en dus ook hun kleinere voedselbehoefte misschien nog beter in ons steeds bomenrijkere cultuurlandschap. Hoewel de slimme vos dan wel weer veel beter uitkijkt bij het oversteken, want ik heb beduidend meer platte boommarters gezien dan normale. Desalniettemin: er leven dus boommarters rond Vlaardingen tegenwoordig. Te midden van al het negatieve natuurnieuws is dat dan toch allemachtig prachtig!

Het wordt zelfs nog beter, want ook de steenmarter komt er aan! Sterker nog: in Rotterdam wonen er al meerdere, dus misschien scharrelen ze hier ook al rond. Dat is wat lastig te bepalen, want ze lijken behoorlijk veel op boommarters. Waar boommarters meer warmbruin van kleur zijn, met een roomgele ondervacht en keelvlek, zijn steenmarters meer dofbruin met een grijs-witte ondervacht en witte keelvlek. Maar in de praktijk is dat vaak moeilijk te zien. Steenmarters zijn veel meer cultuurvolgers, plunderen vuilniszakken en kruipen graag in gebouwen en auto’s, waar ze soms wat herrie en schade kunnen maken. Maar dat vergeven we ze graag, toch? Want ook zij zijn simpelweg zo wondermooi.

____________________________________________

Groene Jeroen 13 (30-3-2022):

‘DE FANTASTISCHE BOOMMARTER’

  

  Rustende boommarter in eik, schilderij Jeroen Verhoeff

De boommarter vind ik één van onze mooiste dieren. Als broekeventje bewonderde ik ze graag en lang in diergaarde Blijdorp. Daar hielden ze er destijds meerdere, in een rij steriele gaaskooien. Meestal lagen ze te pitten in hun nachthokjes, maar soms kwamen ze naar buiten. Dan klauterden ze vol energie ondersteboven aan het plafond, renden met hun kop naar beneden langs het gaas en maakten meters verre sprongen alsof het niets kostte. Pas wanneer ze even stil zaten kon ik zien hoe mooi ze waren. Als kleine, slanke katjes met een volle pluimstaart, een hazelnootbruine vacht met een roomgele keel en borst en levendige zwarte kraaloogjes. Sjongejonge, wat een schoonheid en perfectie!

Boommarters kunnen zo goed klimmen dat ze zelfs eekhoorns te pakken krijgen, maar vaak pas na spectaculaire achtervolgingen met gigantisch verre sprongen en valpartijen. Veel vaker vangen ze echter vooral muizen. Vogels, eieren, wormen, konijnen en kevers zijn ook prima en soms eten ze maandenlang vooral fruit, zoals bramen en lijsterbessen.

Mijn eerste, wilde boommarter zag ik kort door een Zwitsers bergbos stuiteren. Mijn tweede rende, ook weer teleurstellend kort, ‘s nachts over een Veluws bospad. Pas in een Pools oerbos was het raak. Net toen ik een kudde wisenten wilde gaan besluipen, verscheen er plots ééntje, die ik daarna vele minuten lang kon bekijken tijdens zijn jacht op wilde bosbessen. Dat was op zich weliswaar wat minder spectaculair, maar zijn schoonheid was er niet minder om. Twee Franse boommarters waren ook bijzonder. Toen ik ‘s nachts langs de rivier de Dordogne liep hoorde ik raar watergespetter. In het licht van mijn zaklamp zag ik iets harigs dat bijna klaar was met het oversteken van de rivier. Vlak voor mijn voeten klauterde een kletsnatte boommarter het water uit, keek mij ook verbaasd aan en rende toen langs me het pikzwarte bos in. In de Ardennen zagen mijn zoontje en ik plotseling een tweede ‘martre’. Staande op zijn achterpoten op een boomstronk stond hij ons aan te kijken, waarna hij wederom weer veel te snel weg denderde. En nu… wat? Boommarters in Vlaardingen!? Dat leest u volgende keer…

____________________________________________

Groene Jeroen 12 (16-3-2022):

‘GROENE SPECHTEN’

Groene Jeroen column groene spechten

 Onvolwassen groene specht. Foto Jeroen Verhoeff

Spechten hakken met hun snavel beestjes uit bomen. De zwarte specht doet dat zo en de grote bonte, de middelste bonte en de kleine bonte specht ook. Maar zo niet de groene specht. Die groene is namelijk een mierenliefhebber. Al hippend in het gras speurt hij naar mierennesten. Maar dat doet hij nogal onopvallend, want je ziet het schuwe en oplettende beest met zijn mooie groene rug niet zo snel. Als je ze al ziet zie je ze meestal vliegend. Dan zijn ze goed te herkennen omdat spechten tussen elke serie vleugelslagen even kort hun vleugels opvouwen waardoor ze vreemd golvend vliegen. Het meest opvallend echter is zijn roep: een langgerekt ‘kjuu kjuu kjuu’.

De groene specht heeft geen stevige hamersnavel. Om mieren uit de grond te peuren heb je die dan ook niet nodig. Hij hakt wel zijn nest, net als de rest, uit in een boom, maar daarvoor kiest hij dus liever een boom met wat zachter hout. In zijn snavel zit een tong van wel tien centimeter lang. Dat past natuurlijk niet allemaal in zijn snavel, dus die tong zit via zijn keel, achter en boven langs zijn schedel vast in zijn neusgat! De tongpunt is ook nog eens scherp en kleverig en heeft weerhaakjes. Dat is erg handig want als hij eenmaal een mierennest vol lange tunnels heeft ontdekt tongelt hij zo achter elkaar massa’s mieren, eieren en larven naar binnen.

Groene spechten houden van open bossen en parkachtige landschappen met kort gras, want daar vinden ze het makkelijkst mierennesten. Vroeger zorgden herten en andere grote grazers voor dat korte gras. Tegenwoordig maaien wij overal zelf het gras kort, dus vandaar dat we ze ook regelmatig in en rond Vlaardingen kunnen zien en horen. Dus als u een rare, groene reuzenmerel op uw gazon ziet, beweeg dan zo min mogelijk en kijk dan eens goed naar die rood-groen-geel-grijs-zwarte gast, want het is een prachtig beest. Net als een merel houdt hij dan steeds zijn koppie schuin, maar de deskundigen zijn er nog niet over uit of ze dan vooral kijkend of luisterend hun prooien vinden.

____________________________________________

Groene Jeroen 11 (9-2-2022):

‘VROUWTJESPUTTERS’

‘Eendenjacht’, acrylschilderij op paneel, Jeroen Verhoeff

Vroeger had je geen haviken in Vlaardingen. Wilde je de stoerste roofvogel van het bos zien dan moest je heel goed gaan zoeken op de Veluwe. Want destijds strooiden we namelijk nogal enthousiast met ‘DDT’. Haviken kregen via hun prooien zoveel van dit landbouwgif binnen dat hun eieren braken als ze gingen broeden. Nadat ook bleek dat het in onze borstvoeding voorkwam werd het grootschalig gifgebruik gelukkig afgeschaft (Hier tenminste; in de derde wereld nog steeds niet). Langzaam herstelde de havikstand zich daarna, ook omdat ze minder moeilijk gingen doen over het soort landschap waarin ze wilden vertoeven. Behalve in uitgestrekte naaldbossen vonden ze kleine loofbossen, moerasbosjes en zelfs stadparken opeens ook wel prima. Zo jagen ze nu dus zelfs in en rond Vlaardingen! Wie had dat ooit durven dromen?

Want de havik is een prachtige en geweldige roofvogel. De kleinere mannetjes vangen vooral vogels ter grootte van merels en tortelduiven en de flinke dames vangen vooral grotere prooien als houtduiven, kraaien, eenden, konijnen en zelfs hazen! Dat die vrouwen mannetjesputters zijn is niet zomaar; het zorgt er voor dat paps en mams niet op elkaars prooien jagen rond het nest, hoe briljant is dat? Haviken bespieden vanuit de bosrand hun prooi om die vervolgens driest te achtervolgen, waarbij ze verrassend handig dwars door het gebladerte kunnen vliegen. Bij een succesvolle vangst duwen ze hun superlange duimnagels herhaaldelijk in de borstkas van hun prooi tot deze nauwelijks nog beweegt, maar soms beginnen ze daarvoor al met plukken en eten.

Een paar jaar terug zag ik een jonge havik op eenden jagen boven de Foppenplas. Dat inspireerde me tot het maken van het schilderij hierboven. Op een mistige winterochtend heeft een vrouwtje een wilde eend gegrepen. Met moeite vliegt ze met haar loodzware buit naar een geschikte plukplek tussen de wilgen. De woerd, nog luid kwakend met een kop vol baltshormonen, beseft amper dat het over is voor hem. Dit zelf verzonnen schilderij werd bijna werkelijkheid toen ik vorige lente langs de derde Vliet fietste; plots vloog er een havik met een net geslagen waterhoentje vlak voor me langs. Wauw.

____________________________________________

Groene Jeroen 10 (9-2-2022):

‘GIEBELS’

Een soort van wilde goudvis, maar dan oranje-loos en lellebellerig…

Als klein ventje ving ik in de vijver bij het watervalletje in het Hof vreemde visjes in mijn schepnet. Er werd me verteld dat het ‘steenkroesjes’ waren. Kroeskarpertjes kende ik wel, want die ving ik daar ook, maar van steenkroesjes had ik nog nooit gehoord. Later las ik dat die steenkroesjes eigenlijk giebels heten. Niet dat ik dit wel een geloofwaardige naam vond, maar het stond in meerdere boeken, dus dan zou het wel waar zijn.

Die giebel lijkt heel veel op een goudvis, maar dan zonder die rare oranje kleur (Waren onze voorouders kleurenblind? ‘Goud’vinken zijn rose, ‘zilver’reigers zijn wit, ‘goud’vissen en ‘rood’borstjes zijn oranje!). Het hele giebelverhaal is echter nogal ingewikkeld. Mannengiebels zijn er vaak helemaal niet of zeer zeldzaam. Veel giebelvrouwen gebruiken namelijk het zaad van andere vissoorten, zoals de nauw verwante kroeskarper, om hun eitjes te laten ontwikkelen. Als de kroeskarpers aan het kroezelen zijn en de kroesmannen dan een wolk zaad over de vrijkomende kroezeneitjes storten zwemt de giebelende bom-moeder er ook stiekem doorheen. Meestal versmelt hun beider erfelijk materiaal daarbij niet, maar het vreemde zaad bevrucht de giebeleitjes wel. Giebels kwamen oorspronkelijk voor in Azië en misschien ook wel tot in midden Europa, maar de wetenschap weet het niet precies. De giebelende dames kruisen namelijk zo enthousiast en veelvuldig met ontsnapte goudvissen en andere karperachtigen dat er moeilijk chocola (bruin) van te maken valt. Visverenigingen maken het nog ingewikkelder door ‘kruiskarpers’ uit te zetten; dat is weer een nieuw soort kruising tussen giebel en gewone karper. Deze zijn onvruchtbaar dus ‘geen bedreiging voor de vissenstand’, maar ik vraag me af hoe lang dat zo blijft bij een vissoort die zich zo snel kan aanpassen. Intussen is de giebel het zoveelste geval van een uitheems dier dat zich succesvol vermeerdert in ons verstoorde waterlandschap, terwijl onze inheemse  kroeskarper, die floreert in ouderwets natuurlijke wateren, tegelijkertijd steeds zeldzamer wordt. We gaan steeds meer naar een wereldwijd uniform cultuurlandschap met een beperkt aantal soorten. De uitkomst is een wereld met een fractie van het aantal soorten dat er ooit was. Arm, saai en minder fraai. Griebels.

____________________________________________

Groene Jeroen 9 (26-1-2022):

WILDE WATERRALLEN

De geheimzinnige waterral is een van mijn lievelingsvogels. Soepel door moeras en rietveld scharrelend op zijn superlange tenen zoekt hij naar wormen, slakken, visjes, ja; eigenlijk alles wat hij te pakken kan krijgen. Heel soms zie je er één snel een open stukje drasland over rennen, maar meestal hoor je ze alleen maar. De gekste geluiden komen er uit dat wonderlijke beest: van heldere tonen, raar gekras tot luid gegil alsof er een biggetje wordt gewurgd.

Vorige week hoorde ik iets roepen langs de watersportweg in de Broekpolder dat ik niet meteen herkende. Was het een waterhoen of een waterral?  Na een paar minuten wachten verscheen er plots een koraalrode snavel, een warmbruine bovenkant en een prachtig blauwgrijze hals en buik die op zijn heupen subtiel overging in witte zebrastrepen. Jawel: een prachtige waterral liet zich wel een kwartier lang bewonderen. Mijn opa zorgde ooit voor mijn eerste. Het gestrooide vogelvoer op zijn tuinvijver lokte hele kuddes vinken, kepen en spreeuwen, maar ook een waterral die steeds onder het vijverbruggetje schuilde. Heel soms rende deze dan het ijs op om een meelworm te snaaien en zich dan weer snel terug te haasten. Eén keer ging ik met mijn hoofd ondersteboven op het bruggetje liggen. Toen mijn ogen aan het donker gewend waren zag ik hem opeens; op twintig centimeter voor mijn neus, me uitdagend aankijkend. Jaren later vond ik op het ijs hier in de Vlietlanden een dode haas waar iets kleins van had gegeten. Toen ik de volgende dag behoedzaam om de rietkraag heen schaatste zag ik nog net even hoe een waterral zijn lange snavel diep in de aashaas porde en een stukje vlees losrukte, voor hij er als een haas vandoor ging.

Deze mannetjesputters vangen zelfs muizen en vogeltjes! Nonchalant naderen ze dan zo’n argeloze piepert om ze dan bliksemsnel te grijpen. Daarna timmeren ze hen dan met hun lange snavel de hersens in of ze houden ze onder water tot ze verdrinken. Bij buitenvolières trekken ze soms door het gaas de koppetjes van kanaries af! Wauw: ben je dan een echte stoerbips (‘badass’) of niet?!

____________________________________________

Groene Jeroen 8 (12-1-2022):

‘NOG MEER NIJLGANS?’

Goed geïntegreerde, mooie gast of gans graag minder ganzen?

Onze ingevoerde nijlgans splitst dierenvorsend Nederland enigszins in twee kampen. Het ene kamp heet die mooie dieren welkom, noemt ze een verrijking van onze natuur, vindt dat elk levend wezen bestaansrecht heeft en wil ze beschermen. Het andere kamp vindt het ongewenste vreemdelingen, noemt het een verarming van de natuur en denkt dat de natuur hier zonder hen dus beter af zou zijn.

Nijlganzen zijn namelijk exoten. Exoten zijn planten of dieren die door ons ergens voorkomen waar eerst niet. Het merendeel der exoten gaat snel dood; slechts een enkele soort exoot vermeerdert zich langdurig succesvol en heet dan invasief. Dat lijkt een klein risico, maar wij mensen verplaatsen ontstellend veel dieren en planten over de aardbol, dus dat maar kleine deel succesvollen is in de praktijk toch heel groot. Waar vroegere natuurbedreigingen als jacht, visserij en boskap gevaren waren die vaak nog goed terug te draaien blijken, is dat met exoten vaak onmogelijk. Nu wandelen invasieve exoten met stip de ‘Grootste natuurbedreigingen top 5’ binnen. Wat in eerste instantie namelijk een verrijking van de plaatselijke natuur lijkt, blijkt op de lange duur juist een verarming van de wereldwijde natuur te betekenen.

Europa heeft nijlganzen nu op ‘de lijst van invasieve exoten’ gezet, dus moeten we ze ‘verwijderen, of als dat niet lukt, zodanig beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen’. In Nederland schieten en vergassen we jaarlijks toch al een kwart miljoen ganzen, dus de smakelijke en nu ‘vogelvrije’ nijlgans zou als ‘vrijlopend vee’ op zich prima en duurzaam ‘weg-geoogst’ kunnen worden. Maar dat willen we niet; we eten liever flauwe, natuur-onvriendelijke gevangeniskip en gooien bijna alle gedode ganzen in de vuilnisbak.

Misschien helpt deze informatie bij het vormen van uw zo belangrijke mening. Houden van – geven om, gevoel – verstand, onderbuik – empathie, individu – biodiversiteit: wat past bij u? Intussen gaan we dan alvast door met waar we ook erg goed in zijn: gelaten afwachten en nauwelijks, niets of te laat wat doen.

Deze nijlganscolumns volgden op een lezersvraag. Heeft u ook een vraag, stuur deze dan naar de reactie en wie weet…

 ____________________________________________