Zuid-Frankrijk 2011

Geplaatst op door Jeroen Verhoeff



De zomervakantie brachten we dit jaar, zoals zo vaak, door in Zuid-Frankrijk. We begonnen in de Ardèche, waar een rijke rivier een diep kloof door een droge hoogvlakte heeft gesneden. Het is niet alleen een prachtig landschap, het miechelt er ook nog van de beesten…

.

.

Met mooi weer wordt je horendol van het oorverdovende gesjirp van cicades. Deze plaste met een grote straal bijna mijn camera onder.

.

.

De Ardèche zit tjokvol vis. De mannetjes van de Amerikaanse zonnebaars bewaken hun nesten fel, zelfs snorkelaars vallen ze bijna aan. Onderling vechten ze ook flink, waarbij ze de uiteinden van hun kieuwdeksels wijd uitklappen ter intimidatie.

.

.

Een grote zeelt blijft ook graag in de dekking zitten.

.

.

Een andere Amerikaan; een zwarte dwergmeerval zit verstopt in een hol onder de oever. Ik kwam nog een moeder dwergmeerval tegen met wel driehonderd piepkleine jongen die in een wolk om haar heen zwommen; een geweldig gezicht.

.

.

Ook de giebel is een exoot. Deze wilde goudvissen stammen uit Azië. Ook zag ik mijn eerste blauwbanden, een andere Aziatische nieuwkomer; mooie, gestreepte, voornachtige visjes.

.

.

.

In één van de wasbakken van de camping zat een grote spin die er niet meer uit kon. Het was een tarantella, één der grootste spinnen van Europa.

.

.

De wasgelegenheden op campings zijn vaak een goede plek om ’s avonds beesten te spotten. Heel de lente is het er rustig, er is vaak genoeg schuilruimte en het licht staat de hele nacht aan. Deze flinke Europese zwarte schorpioen (Euscorpius flavicaudis) vond het er ook prettig.

.

.

.

Net als deze zorrosprinkhaan. Een grote en erg mooie soort sabelsprinkhaan.

.

.

De plaatselijke dwergooruil kon maar niet geloven dat ik zijn ‘pioeoep’ geluid zo goed na kon doen; telkens kwam hij van heel dichtbij kijken of er toch misschien niet een uiltje achter me verstopt zat. Vlakbij de camping kwam ik ook nog een relmuis tegen en kon ik minutenlang genieten van een das die door de tuinen van het dorpje hier scharrelde.

.

.

’s Ochtends vroeg zie ik beverratten zwemmen; enorme Zuid-Amerikanen die vaak aangezien worden voor bevers, die hier trouwens ook zitten.

.

.

Muurhagedissen vind je niet alleen op rotsen en muurtjes, maar ook op de grindbeddingen van rivieren, vooral de jongen.

.

.

In de snellere stromende delen van de rivier kom je weer andere soorten vissen tegen, zoals deze gestippelde alvers. Bij ons zijn ze reuze zeldzaam, hier zie je ze in grote scholen.

.

.

.

Barbelen zitten hier ook veel. Sterke vissen die de grindbodem flink om kunnen woelen op zoek naar voedsel.

.

.

Het krioelt hier ook van de groene kikkers. De grootste zitten vaak langs de steile oever en zien mijn snorkel en kruin niet als een gevaar. Daardoor kan ik heel dichtbij komen. Pas als ik mijn hoofd boven water laat verschijnen springen ze in paniek weg.

.

.

.

.

Om zich dan onder water in de begroeiing of in de modder te verstoppen. Langs de vlakkere oevers zitten zoveel jonge groene kikkertjes dat je goed moet uitkijken waar je loopt.

.

.

.

Met zoveel kikkers moeten er hier natuurlijk ook ringslangen te vinden zijn. Ik vond er drie, prachtig lichtgrijs van kleur. Maar er leven hier heel nog veel meer adderringslangen. Soms zag ik er wel meer dan zeven tijdens één snorkeltocht!

.

.

Ik zag ze op een heel aparte manier jagen. Zo apart dat het er sterk op lijkt dat ik een bijzondere wetenschappelijke ontdekking heb gedaan! De internationale experts die ik er over sprak zijn verbaasd en enthousiast. Binnenkort of binnenlang bericht ik hier meer over.

.

.

.

Volgens Nederlandse natuurboeken horen vroedmeesterpadden op begraafplaatsen en in grindgroeves thuis. Maar van nature voelen ze zich natuurlijk het meest thuis op grind en zandbanken langs rivieren. Overal hoor je de korte ‘poep’ roepjes vandaan komen. Maar ze zijn verotte moeilijk te vinden!

.

.

Overdag zie je ze niet, maar ‘s nachts glijden er dikke palingen over de bodem van de rivier die je tot heel dichtbij kan benaderen.

.

Verder zag ik nog havikarenden, veel wielewalen en ijsvogels, enorme gewone padden, baars, karper, grondel, serpeling, ruisvoorn, blankvoorn, kopvoorn, bittervoorn, elrits, bermpje, sneep (20 soorten vis in totaal!) en nog veel meer.

.

.

Vervolgens gingen we naar de Cote d’Azur. Rond de camping zag ik wielewalen, een hop, een ijsvogel, een paar scharrelaars, adderringslangen, hazelwormen, harders en een…

.

.

.

Woudaapje! Dit kleinste reigertje van Europa (nog kleiner dan een waterhoentje!) koos een boom tegenover onze tent uit als jachtterrein. Ik zag hem drie beekjuffers vangen in het warme avondlicht. Je moet ze niet uit het oog verliezen, want dan vindt je ze niet meer terug: ze hebben een fantastische schutkleur.

.

.

Hier strekt hij zich uit om een slok water te nemen om zijn

vangst beter door te kunnen slikken.

.

.

Bastaardlibel

.

.

De Mediterannée was weer als vanouds kraakhelder.

..

Gele drievinnige slijmvis

.

.

Boven het strand vlogen dolkwespen rond; knoeperds van gevaarlijk uitziende beesten.

.

.

Behalve deze grondelsoort zag ik onder andere veel girelles, bokvissen, platvissen, slijmvisen, sardienen, juffers, en zeebrasems.

.

.

En een schooltje schattige jonge barracudaatjes.

.

.

.

Als laatste bezochten we de Drome. Langs de camping stroomde een mooie, ondiepe beek. Ook hier zaten veel vroedmeesterpadden langs de oever, zoals deze puber hierboven.

.

.

.

Een reuzenschaatsenrijder hangt in de stroom, zich vast houdend met één voorpootje.

.

.

Onder water wervelen elritsen en soefiavoorns in de waterstorm.

.

.

.

Een bermpje tussen de stenen…

.

.

Deze halfwas beekforel drukt zich tegen de bodem. Hierbij heeft hij een opvallend gebandeerde kleuring aangenomen, net zoals bijvoorbeeld sommige zeeroofvissen soms bij de jacht doen. Alleen doet deze beekforel het ter camouflage tegen de achtergrond van de bont gekleurde stenen, het lichte zand en de zonnestrepen op dit alles. Ik vraag me af hoe bekend dit fenomeen eigenlijk is, want ik vind er bijna geen informatie over.

.

(Via via kwam ik later bij visexpert Paul Veenvliet terecht. Hij vertelde me dat dit patroon inderdaad in stress-situaties en vooral bij Mediterrane beekforellen voorkomt. Verder gaf hij aan dat er maar weinig bekend is over de beekforel, wat verrassend is omdat het een enorm populaire hengelsportvis is die wereldwijd een miljoenenindustrie op de been houdt. Niet verrassend is dat de beekforel hierdoor nu wereldwijd voorkomt en dat allerlei verschillende populaties nu genetisch vervuild zijn door gekweekte en uitgezette dieren…. Bedankt Paul!)

.

.

.

en een bermpje op het zand, waardoor hij veel lichter van kleur is.

.

.

Bitterzoet vanuit vissenperspectief.

.

.

In ondiep water valt het licht ongelofelijk mooi op scholen jonge elritsjes.

.

.

Het lijkt wel een aquarium zullen veel mensen zeggen bij het zien van dit plaatje, maar zo’n mooi aquarium heb ik nog nooit gezien.

.

We bezochten ook het nabij gelegen natuurgebied de Vercors. Mooi berglandschap, groen en vol kloven. In een prachtige bergweide kroop en vloog van alles rond; allerlei vlinders, smaragdhagedissen, grote groene sabelsprinkhanen…

.

.

wrattenbijters, een andere soort sabelsprinkhaan..

.

.

een prachtig mannetje aspisadder

.

.

een mooi sprinkhaantje in een monnikskap,

.

.

en een prachtig vrouwtje aspisadder.

.

.

Terug bij de camping: een weidebeekjuffer danst boven de beek.

.

.

En een jonge beekforel danst boven de bodem van de beek.

.

.

Net als deze elritsen. De mannetjes, bont gekleurd en met paaiknobbeltje sop hun kop, zijn druk bezig met de vrouwtjes. Behalve veel kopvoorns en een eenzame spiegelkarper zag ik hier ook mediterrane barbelen, een zeldzame soort.

.

.

Op de camping rent een spitsmuis over het gras en later zijn broer of zus ook. Hij vindt een dode grote regenworm en vreet hem minutenlang rustig op, met mij en de kinderen op10 centimeter afstand om hem heen. Wat zijn ze klein en leuk! Het lijkt me een huisspitsmuis, maar het kan misschien ook een tuinspitsmuis zijn.

.

.

Een grote adderringslang.

.

.

En nog een schaatsenrijder, omdat ze zo bijzonder zijn.

.

.

Altijd: het is altijd weer fijn om in Zuid-Frankrijk te zijn!

.

.